“De stam loopt met speren om je te beschermen tegen de wilde dieren die we onderweg tegenkomen.”
Zo klonk de briefing voorafgaand aan ons bezoek aan de nomadische Masai stam. Let’s just say: dat bracht wat gezonde spanning mee tijdens onze vlucht richting Kenia.
De Masai cultuur ontplooien in Kenia
Als je dit leest, hebben we het dus (gelukkig) overleefd. En hoe. Met een karig gevulde backpack en een chaotische voorbereiding stonden we klaar voor het vertrek richting de Loitaregio. Alleen de rit naar dit gebied is al een beleving an sich. Vijf uren rijden over ongebaande paden en vervolgens nog een wandeling van zes uur lang. Eenmaal aangekomen werden we ontvangen door een grote groep mannen gehuld in felrode gewaden. Doordrenkt met eeuwenoude tradities en allen voorzien van een speer verdwijnt zo’n kennismaking nooit meer van je netvlies.
Foto links: Sneha Cecil | Unsplash // foto rechts: Sneha Cecil | Unsplash
Een niet-voor-iedereen-ervaring
Al snel werd duidelijk: we zijn in goede handen. Alle stamgenoten waren vriendelijk en dompelden ons meteen onder in hun cultuur. Het avondeten als ijkpunt: terwijl wij de vuurkorf aansteken, ontneemt de stamleider een schaap van het leven, ontdoet haar wol en snijdt de huid open. Hij verzamelt de eetbare lichaamsdelen en pakt er een beker bij. Deze vult hij met het schapenbloed en drinkt deze op als ‘offering’ aan zijn god.
Op de vlucht
Terwijl het schaap boven het vuur hangt, schiet er in het donker een schim weg. Het Swahili (de voertaal in o.a. Kenia) op de achtergrond neemt een paniekerige toon aan en onrust verspreidt. Het schaap dat morgen op het menu staat, blijkt er vandoor te zijn. De stam schiet in de actiestand en binnen een paar minuten staat het schaap weer vastgebonden aan de paal. “He’s scared”, vertelt een stamgenoot.
De enige manier om aan je energie te komen
Diervriendelijk? Allesbehalve. Afijn.. zo diep in de natuur heeft de stam weinig keus. Je hebt de energie nodig, kunnen we uit ervaring vertellen. Zeker omdat nachtrust hier geen gegeven is. Ons schoonheidsslaapje werd midden in de nacht verstoord door bavianen die langs ons kamp liepen. Daarom waarschuwt de stam ook altijd om geen eten in de tent te hebben.
He’s scared,’ zegt een stamgenoot droogjes

De eerste kilometers met de Masaistam
Goede nachtrust of niet: een hike van 25 kilometer moest de volgende dag gemaakt worden. En dat is in de heuvels van Kenia behoorlijk pittig. Toen we na een uur tijd een beek overstaken, gleed de eerste ongelukkige van onze groep al uit. Aan de overkant van het water lachten de stamgenoten ons met afgesleten sandalen toe. Het uitglijden leidde tot meer gelach, maar de stamgenoten trapten het geluidsniveau al snel de grond in. “There are territorial elephants nearby”, werd weer droogjes verteld.
Gelukkig stonden we vandaag niet op het menu van de olifanten en liepen we in alle rust door. Ongeveer een kwartier later gebaarden de Masai ons weer stil te zijn, omdat er gevaarlijke buffels in het gebied waren. Het was op dat moment dat we naar rechts keken en een half verslonden buffel in de modder spotte. Na een klein onderzoek van de stamleider concludeerde hij dat de buffel was gevlucht voor hyena’s en uiteindelijk in de modder was gestrand. Daarna is hij voor het overgrote deel opgegeten door hongerige hyena’s.

De rookies versus de meesters
Na het ietwat tumultueuze begin hadden we de pas er goed in. Sneller dan verwacht hoorden we halverwege te zijn. Tussenstand? Wij, bekaf. De Masai stam lachend en bruisend van energie. “You’re not tired?”, vroegen wij. Zij weer lachen. Met een grijns van oor tot oor vertelden ze dat ze elke dag twintig kilometer lopen. Allemaal om Allemaal om nieuw vee te vinden en te overleven. “In the summer, it’s harder to find cows. So, we walk more,” vertelt de beste man er doodleuk achteraan. Na een kwartiertje was dezelfde man klaar met de pauze en seinde hij ons de hike weer te hervatten. Ongeveer acht uur later was de eerste tocht eindelijk klaar en maakten we de tenten gereed. Het schaap werd weer tevoorschijn getoverd en de rest mag je zelf invullen. Daarmee was de eerste dag voltooid.

Je gaat niet knikkeren met ze
De ochtend erna ging de wekker om 07.00 uur en stond er nog een kleine dertig kilometer op de planning. Eenmaal onderweg kwamen we langs iets wat op een verhard pad leek. Hierdoor waren de vraagtekens zichtbaar op ons gezicht. Eén van de stamgenoten vertelde ons dat er vroeger aan het eind van het pad een hotel stond. De Masai waren niet gediend van alle toeristen en wilden daarom een vergoeding vanuit het hotel. Het hotel ging daar niet akkoord mee en dus staken de Masai het hotel in de fik. Wie niet horen wil, moet maar voelen.
Enfin, na een wandeling van een goede zes tot zeven uur, kwamen we aan op de eindlocatie. En voordat we afscheid van elkaar moesten nemen, had de stam nog een verrassing in petto: hun dans- en zangskills. Hun dans bestaat voornamelijk uit zo hoog mogelijk in de lucht springen, omdat dit volgens de Masai aantoont hoe sterk je bent. De zangskills van de stam reiken niet ver, maar het heeft wel een achterliggende, krachtige, maar toch ook pittige, gedachte: ‘The song is about us. We kill the other tribe and take their cows. Then we bring the cows to our village to show everyone how strong we are,’ aldus de stamleider. Daar ga je dus niet mee knikkeren.
Ontgroenen op, uhm, niveau…
Daarna werd duidelijk gemaakt dat je er flink wat voor over moet hebben om jezelf een waardige Masai te noemen. Vanaf jongs af aan loop je met de stam mee, maar pas als je achttien bent, doorloop je de daadwerkelijke ‘ontgroening’. Deze ontgroening betekent dat de achttienjarige in zijn eentje de wildernis in gaat en binnen een half jaar moet je terugkeren met een buffel of een leeuw. Anders heb je het simpelweg niet gehaald. Of dit realiteit is, of een beetje borstklopperij laten we even in het midden. Eén ding is zeker: het is een fikse ontgroening op, uhm, niveau.








