Tempels tussen de wolkenkrabbers, suppen tussen vulkanische rotsen en xiao long bao in ooit het hoogste gebouw ter wereld.
Acht dagen Taiwan en je verlaat het eiland met herinneringen alsof je maanden reisde. Wij waren vanaf de landing verliefd op dit eiland ter grootte van België, dat net zoveel te bieden heeft als heel Zuidoost-Azië bij elkaar. Wij nemen je mee van noord naar zuid (en weer terug) en infecteren jou ook met het Taiwan-virus.
Met onze neus in de sojamelk en ceremonies
Na een vlucht van dertien uur (Amsterdam – Taipei) hebben we trek. Gelukkig vallen we in Wanhua District met onze neus in de sojamelk. Met tangbao en een warme kop sojamelk zijn wij weer het mannetje. We vervolgen ons avontuur naar de bijna drie eeuwen oude Longshan Temple, waar de zangceremonie om acht uur al uit volle borst klinkt. Door het ietwat overdonderende geluid, begint onze jetlag weer op te spelen. Op Guangzhou St verdwijnt de resterende hoofdpijn als sneeuw voor de zon door een kop chrysanten-thee. Hier praktisch nationaal erfgoed.
Voor wat extra herstel: een wit-zwavel voetenbad bij Marshal Zen Garden. De Chinese krijgsheer Zhang Xueliang zat hier vijftig jaar lang zijn huisarrest uit na een mislukte coup tegen Chiang Kai-shek. Met dit Japans-style boetiekje hoog op de berg, uitzicht op Guanyin-bergen en de geur van zwaveldampen, zat dat huisarrest er warmpjes bij.
’s Avonds een DIY-maaltijd op de Taiwanese manier: hotpot. Tafels met een eigen inductieplaat om je met napa-kool, bok choy en paddenstoelen gevulde bouillon op te koken. Pruttelt het lekker? Tijd om je rundvlees, garnalen en visballetjes erin te laten zakken. Voor ons de eerste keer op deze manier. En we moesten even inkomen. Twee hotpotworkshops van onze Taiwanese collega’s verder en dit smaakt naar meer. Ook maken we hier voor het eerst kennis met het fenomeen van de tafelverdelers, zodat je je datenight niet met de buren hoeft te delen. Ben je in Taiwan? Dan moet je deze eetervaring meemaken.
Slapen bij United Hotel, met zich op de Taipei 101 vanuit je raam. Maar goed, die is als elfde hoogste gebouw ter wereld ook moeilijk te missen.
Met driehonderd per uur op weg naar een Nederlandse geschiedenisles
Met de Taiwan High Speed Rail razen we driehonderd kilometer per uur in negentig minuten van Taipei naar Tainan. Dezelfde afstand als Groningen naar Maastricht, ruim twee uur korter. De wolkenkrabbers van Taipei maken in Anping, het oudste district van de stad, plaats voor kleurrijke pleinen vol spelende kinderen en banyan-bomen. In een van onze favoriete lunchtenten van Tainan, 汨所, trakteren ze op een retro-botanische esthetiek inclusief een vintage jazz-spelende Marshall speaker.
Anping Old Street zelf vat een hele sfeer samen in één smalle straat: rode lampionnen en slingers tussen de kleine tempels en eettenten door. Een prachtige scène om uiteindelijk bij Fort Zeelandia uit te komen. Dit loopt – zoals wel vaker bij soortgelijke bestemmingen – uit op Nederlandse geschiedenisles met een schitterend uitzicht over de oude haven van de handelspost. Van 1624 tot 1662 controleerde de VOC hier, tot de Chinese Koxinga Fort Zeelandia maandenlang belegerde. PS: voor je reis richting Taiwan je nieuwsgierigheid nog meer voeden met dit soort feitjes? Via beleeftaiwan.nl vindt je alle inspiratie over deze bestemming terug.
Daarna de geschiedenisles laten dalen bij Silks Place Tainan, een 24 verdiepingen tellend vijfsterrenhotel met zes meter hoge pillarless muren in de lobby. Dat uitrusten is dan ook zeker gelukt.
In Tainan loop je van verhaal naar verhaal
Tainan zit vol verhalen op loopafstand. Bij de Confucius Temple uit 1665, de oudste van Taiwan, wandel je in vijf minuten van zeventiende-eeuwse studieklasjes naar het futuristische Tainan Art Museum aan de overkant. Een paar straten verderop lunchen we bij Dragon Duck & Co: fried taro cake, gefrituurde rechthoekige vierkanten met eendenvlees en taro.
Kenting = het tropische paradepaardje van Taiwan
Op weg naar Kenting kleurt de kust aan de rechterkant turqouiseblauw dankzij de sea view. Aan de rechterkant kleurt het vooral wit door het absurde aantal zakken gevuld met gedroogde mango’s. Een beleving an sich. Slapen doen we vandaag bij Hotel Dua Kenting, een tropisch design hotel met regenboog-gevel en rooftop-pool boven de cocktailbar.
De volgende ochtend rijden we in een open truck langs de kustlijn met de bergen op de achtergrond naar Little Bali Rock. Een lagune tussen vulkanische rotsformaties. Daar suppen en snorkelen we samen met De KTSupClub in South Bay in kraakhelder water tussen kneitergrote regenboogvissen. Wij verbazen ons hier over hoe levendig het water is.
Omringd door de zee, kan de vis hier alleen maar verser dan vers zijn. En jawel, de lunch bij Boat Talking Fishing Village in Houbihu bevestigt dit volledig. Een authentiek wegrestaurant met plastic tafelkleden en de verse vangst buiten in de koelingen. De locals kijken enigszins verrast onze kant op bij aankomst, maar binnen tien minuten voelen wij ons als de locals zelf met shrimp balls en gestoomde clams in knoflookbouillon.
Met een gevulde buik rijden we richting Kenting National Forest Recreation Area . Een nationaal park met honderden vlindersoorten, apen en een kas met bedreigde boomsoorten. Bovenop het uitkijkpunt van dit park bewonderden we de zuidkant van het eiland met een 180-graden uitzicht over de Stille Oceaan.
Na een flinke hike, sprokkelen we weer energie met eten bij Hoo Trip Town. Een surfachtig Taiwanees restaurant verstopt in de woonwijken van Hengchun met een reuzentijger op de muur en heerlijke tofu. De porkbelly, door de malsheid noodzakelijk bijeengehouden door een touwtje, was hier fantastisch. Op het moment dat je het touw verwijderd, valt het vlees meteen uit elkaar.
Waarom Taiwan als het einde van de wereld voelt
Bij het zuidelijkste puntje van Taiwan brandt de zon op het lange looppad vol op het Eluanbi Lighthouse. Een witte vuurtoren op de kliffen waar je het einde van de wereld proeft. Doorrijden naar het Fo Guang Shan Buddha Museum: acht Chinese pagodes van 38 meter langs een laan die uitkomt op de grootste zittende bronzen Sakyamuni-boeddha van Azië. Honderdacht meter hoog, één oog zo breed als een hele verdieping. We staan minuten lang verbijsterd onderaan te kijken naar het surrealistische beeld. De 48 ondergrondse paleizen zijn daarbij tijdcapsules die om de honderd jaar opengaan, al voelen die voor ons een stuk commerciëler dan de pagodes.
Bus naar Kaohsiung HSR en in negentig minuten terug naar Taipei voor diner bij He-Qi Teppanyaki, verstopt in de kelder van een winkelcentrum. De chef kookt wagyu, sudderende tauge en groenten recht voor je neus aan een ijzeren plaat. De avond eindigt bij EPISODE Daan: DJ op vinyl in de lobby tegen een wand vol platen, op de kamer een eigen platenspeler en een in de steen verzonken bad met uitzicht op de skyline van Taipei.
Op eenzame hoogte eindigen in Taiwan
De volgende ochtend bewoneren we de wachtwissel voor Chiang Kai-Shek Memorial Hall, een wit-blauw eerbetoon van 76 meter hoog. Je klimt richting de hoofdingang via 89 traptreden, wat symbool staat voor elk levensjaar van Chiang. Terwijl de soldaten in synchroon hun geweerritueel afleggen, lopen wij weer richting de metro. Twee MRT-haltes verderop torent de Taipei 101 met 508 meter boven elk gebouw in Taiwan uit. Om hier richting de top te komen, zoef je omhoog met een lift die zestig kilometer per uur aantikt.
Het uitzicht vanaf de bovenste verdieping is hier heerlijk. Nóg lekkerder is het eten op de begane grond. Bij Taiwans beroemdste restaurant, Din Tai Fung, genieten we van ’s werelds beste soepdumplings. De chefs trainen hier drie tot vijf maanden om de exact achttien vouwtjes per dumpling in de vingers te krijgen. Reken op een wachtrij. Tip: kom na tweeën, dan schuif je binnen vijf minuten aan in plaats van vijfenveertig.
Op de afsluitende middag duiken we de East District in, de streetwear-hub van Taipei. Kickstore en ABC-Mart voor sneakers, APO voor vintage voetbalshirts en de klassiekers Carhartt en Stussy om de hoek. Denk je dat je een doodlopende straat tegemoet loopt? Dat klopt. Ook de beste kledingwinkels zitten hier verstopt. Het regenseizoen – waar we vooralsnog geen last van hadden – stelde zich op dat moment aan ons voor, waarna we schuilen bij Café Costumice. Een geluk bij een ongeluk, zo blijkt. Absolute aanrader om een koffie te drinken tijdens je shoproute.
Een reden om terug te komen naar Taiwan
We verlaten Taiwan met spierpijn, een telefoon vol foto’s en het besef dat we pas de helft hadden gezien. Het hele oosten, voor veel Taiwanezen het mooiste stuk van het eiland met zijn marmeren kloven en immense kliffen, lieten we onaangeroerd. Geen reden tot klagen, wel een reden om terug te komen. En dat doen we, gegarandeerd, zodra onze volgende reis ons weer richting Azië brengt.


















