Je kledingkast kan met de helft toe

Je kent het waarschijnlijk wel. Je staat voor een kledingkast die letterlijk niet meer dicht wil en weet toch vrij zeker dat je niets hebt om aan te trekken. Er liggen shirts die je ooit fantastisch vond, broeken die “ooit weer gaan passen” en minstens drie aankopen waarvan je je oprecht niet meer kunt herinneren waarom je ze hebt gedaan. En toch draag je iedere week ongeveer dezelfde vijf dingen. Misschien ligt het probleem dus niet bij een gebrek aan kleding. Misschien hebben we er gewoon veel te veel van.

We kopen voor een leven dat we nauwelijks leiden

Een van de grootste valkuilen bij kleding kopen is dat we verrassend optimistisch zijn over ons toekomstige leven. Die linnen broek? Perfect voor al die diners aan de Italiaanse kust die ongetwijfeld gaan komen. Dat opvallende jasje? Ideaal voor de vele feestjes waarop je kennelijk vanaf nu aanwezig gaat zijn. En die schoenen die na twintig minuten pijn doen? Die moeten gewoon nog even ingelopen worden. Ondertussen bestaat de gemiddelde dinsdag gewoon uit werk, boodschappen doen, sporten en ’s avonds op de bank belanden. Niet heel sexy, wel de realiteit.

Stang met kleren aan hangers in kleuren
Foto: Pexels

De 80/20-regel geldt ook voor je kledingkast

Waarschijnlijk draag je ongeveer twintig procent van je kleding tachtig procent van de tijd. Dat zijn meestal niet eens de meest bijzondere stukken. Het zijn juist de goede jeans. Die ene jas die overal bij kan. Een paar sneakers dat comfortabel zit. En dat shirt waarvan je zonder nadenken weet dat het goed staat. Dat verklaart misschien ook waarom simpele kleding steeds interessanter wordt. Een basic hoeft namelijk helemaal niet saai te zijn. Een goede pasvorm, stevig materiaal of een subtiel detail kan al genoeg zijn. Daarom werkt bijvoorbeeld een Olaf shirt voor heren makkelijk in zo’n garderobe: rustig genoeg om vaak te dragen, maar met genoeg ontwerp om niet te voelen alsof je het eerste witte T-shirt uit een multipack hebt getrokken.

Stop met kopen voor één outfit

Nog zo’n klassieker: je koopt iets omdat je in je hoofd precies één geweldige outfit hebt bedacht. Prima, totdat blijkt dat het kledingstuk verder nergens bij past. Een handigere regel is om vóór een aankoop drie combinaties te bedenken met spullen die je al hebt. Lukt dat niet? Dan is de kans behoorlijk groot dat je nieuwste aanwinst binnen een paar maanden ergens achter in je kast ligt te wachten op betere tijden. Dat betekent trouwens niet dat alles zwart, wit of beige moet zijn. Juist niet. Een opvallende jas of gek paar sneakers kan fantastisch werken, zolang de rest van je kledingkast maar genoeg ruimte geeft om ermee te combineren.

Een uniform is zo gek nog niet

Steve Jobs had zijn coltrui. Mark Zuckerberg werd jarenlang bijna uitsluitend in grijze T-shirts gespot. En hoewel je daar qua stijl misschien niet direct je volledige inspiratie vandaan hoeft te halen, hadden ze één ding goed begrepen: niet iedere ochtend hoeft te beginnen met een existentiële kledingcrisis. Een soort persoonlijk uniform maakt het leven behoorlijk makkelijk. Dat hoeft niet letterlijk iedere dag dezelfde outfit te zijn. Het gaat meer om weten welke vormen, kleuren en combinaties voor jou werken. Misschien zijn dat rechte broeken met simpele shirts. Misschien draag je altijd een overshirt. Misschien ben je die persoon die zelfs in juli nog ergens een pet vandaan weet te halen. Prima. Als het werkt, werkt het.

Minder kleding betekent niet minder stijl

Sterker nog: een kleinere kledingkast kan ervoor zorgen dat je juist beter gekleed bent. Je gaat kritischer kijken naar wat je koopt, ontdekt sneller welke kleding daadwerkelijk bij je past en hoeft minder vaak door een berg twijfelgevallen heen voordat je iets aantrekt. En misschien is dat wel de beste garderobe-update die je kunt doen. Niet nóg een trend toevoegen, maar eindelijk afscheid nemen van alles wat je al twee jaar bewaart “voor het geval dat”. Want als je dat shirt sinds 2023 niet hebt gedragen, kunnen we inmiddels wel voorzichtig concluderen dat zijn moment waarschijnlijk niet meer gaat komen.

LEES OOK