Waarom september altijd te vroeg voelt voor een jas

September is kledingtechnisch een waardeloze maand. Je vertrekt ’s ochtends bij 11 graden en vraagt je af waarom je geen jas hebt aangetrokken. Om drie uur ’s middags zit je met 21 graden op een terras en ben je juist blij dat je hem thuis hebt gelaten. En zodra de zon weg is, heb je daar alweer spijt van. Het is te warm voor winterkleding, te koud voor zomer. Kortom: niemand weet wat-ie aan moet.

De ochtend liegt

Het probleem begint meestal zodra je ’s ochtends naar buiten kijkt. Blauwe lucht, zonnetje erbij. Prima. Totdat je de voordeur opent. September heeft namelijk de vervelende gewoonte om eruit te zien als zomer en aan te voelen als herfst. Toch weigeren we dat te accepteren. Een winterjas aantrekken voelt veel te definitief. Alsof je officieel toegeeft dat de zomer voorbij is en je de komende zes maanden weer in het donker thuiskomt. Dus ga je zonder. Dat gaat ongeveer goed tot de eerste windvlaag.

De jas die je de hele dag moet meeslepen

Natuurlijk kun je gewoon een jas meenemen. Probleem opgelost. Behalve dat je hem vanaf een uur of twaalf waarschijnlijk nergens meer voor nodig hebt. Dan loop je de rest van de dag met dat ding over je arm, hangt hij over de rugleuning van een stoel of vergeet je hem uiteindelijk in een café. Vooral dikke jassen zijn in deze periode totaal overdreven. Je hebt geen bescherming nodig tegen een sneeuwstorm. Je wilt gewoon voorkomen dat je om 08.15 uur op het station staat te klappertanden. Daarom zijn dit de weken waarin laagjes ineens wél ergens op slaan.

5 truien opgestapeld bruin en grijs
Foto: Pexels

Eén goede trui doet verrassend veel

Je hoeft daarvoor niet meteen te veranderen in iemand die enthousiast het woord layering gebruikt. Een T-shirt met een overshirt. Een dunne coltrui onder een jas. Of gewoon één goede trui die warm genoeg is voor de ochtend, maar niet voelt alsof je onderweg bent naar wintersport. Materiaal maakt daarin meer verschil dan je misschien denkt. Wol en cashmere houden warmte goed vast zonder dat je meteen een enorm dikke trui nodig hebt. Een cashmere trui is daardoor precies zo’n kledingstuk dat in deze tussenmaanden handig wordt: warm genoeg wanneer het fris is en licht genoeg om niet meteen volledig in wintermodus te gaan. En vooruit, het voelt ook aanzienlijk lekkerder dan die kriebeltrui die al sinds 2017 achter in je kast ligt.

Iedereen beleeft september anders

Het mooiste aan deze periode is misschien wel het straatbeeld. De ene persoon loopt in korte broek en T-shirt alsof het hoogzomer is. Daarnaast staat iemand in een gewatteerde jas. Op het terras zit iemand met een zonnebril terwijl drie tafels verderop een vrouw haar handen om een kop thee probeert op te warmen. Allemaal op dezelfde dag. Soms zelfs op hetzelfde tijdstip. Niemand heeft gelijk en niemand heeft ongelijk. Behalve degene op slippers. Die mag inmiddels gewoon stoppen.

Ook kantoor is kansloos

Alsof buiten aankleden nog niet ingewikkeld genoeg is, heb je binnen ook geen enkele zekerheid. Het ene kantoor heeft de verwarming al aangezet zodra de temperatuur één keer onder de vijftien graden kwam. Het andere gebouw draait doodleuk nog op airco omdat iemand vergeten is de zomerinstellingen aan te passen. Dus kleed je je op het weerbericht, om vervolgens acht uur lang te werken in een klimaat dat daar totaal niets mee te maken heeft. Ook hier wint degene die iets uit kan trekken. Niet letterlijk alles natuurlijk. Gewoon dat extra laagje.

Geef de winterjas nog even vrij

Het goede nieuws is dat deze ellende meestal maar een paar weken duurt. Uiteindelijk wordt het gewoon koud en kunnen we allemaal weer zonder nadenken dezelfde jas aantrekken. Maar tot die tijd hoeft die winterjas echt nog niet uit zijn zomerslaap gehaald te worden. Pak een trui. Neem een overshirt mee. Accepteer dat je het ergens gedurende de dag waarschijnlijk een kwartier te warm of te koud hebt. En geniet vooral nog even van die ene prachtige septembertraditie: ’s ochtends bibberen op de fiets en ’s middags doen alsof het nog steeds zomer is.

LEES OOK